Het kringgesprek is echt zo’n moment waarop van alles kan. Een leuke opener van de dag is de denksleutel. De denksleutel komt tevoorschijn en zo wordt een prikkelende vraag of stelling bij de kinderen neergelegd: ‘Wat als er alleen maar kinderen op de wereld zouden zijn?’ Of: ‘Bedenk zoveel mogelijk verschillende manieren waarop je een skateboard kunt gebruiken…’ De kinderen mogen reageren, niets is fout en alles mag. Probeer de kinderen zolang mogelijk andere dingen te laten verzinnen, je kunt opschrijven of tekenen wat ze zeggen, of dit een leerling laten doen.

Het belangrijke is dat ze verschillende aspecten blijven verzinnen. Hoe meer verschillende antwoorden hoe beter. Zo leren kinderen het creatief denkvermogen te trainen. Probleemoplossend vermogen groeit en kinderen mogen steeds meer verbanden leggen. Het is niet alleen leuk en verrassend, het is ook een werkwijze om zogenoemde ‘divergente denkers’ te signaleren. Dit ‘divergente denken’ is een kenmerk dat samenhangt met hoogbegaafdheid.

Veel opdrachten op school zijn convergent (dat wil zeggen dat er maar 1 antwoord of oplossing mogelijk is). Dat maakt dit een leuke vingeroefening om ook deze kinderen ook eens over het voetlicht te laten komen. Daarnaast is het voor alle kinderen leuk en goed om het probleemoplossend denken te blijven stimuleren. Hier 5 voorbeelden van denksleutels om toe te passen.

1. Wat als sleutel

Deze sleutel spreekt redelijk voor zich. Je kunt wel 1000 verschillende ‘wat als’ vragen bedenken: Wat als alle mensen op armen en benen zouden lopen? Wat als alles gratis zou zijn? Wat als Hitler nooit geboren zou zijn? Wat als het nooit meer zou regenen? Wat als snoep gezond zou zijn?

“Wat als er alleen maar kinderen op de wereld zouden zijn?”

Noem het maar op, wat zou er gebeuren als… lekker samen denken over een hypothetische situatie. Wat zijn voordelen? Wat zijn nadelen? Wat nog meer?

2. Ander gebruik sleutel

Bedenk verschillende manieren waarop een voorwerp anders gebruikt kan worden: ‘Wat zou je allemaal nog meer kunnen doen met een schroevendraaier?’ Of: ‘Bedenk zoveel mogelijk verschillende dingen die je kunt doen met een bezem.’

3. Overeenkomst sleutel

Noem zoveel mogelijk overeenkomsten of verbindingen tussen twee totaal verschillende voorwerpen: ‘Wat is een overeenkomst tussen een fiets en een boom?’ ‘Wat is een overeenkomst tussen een kaars en een schaats?’ Of: ‘Wat is er hetzelfde aan een konijn en een steen?’

Probeer door te vragen en de kinderen echt te laten komen tot meedere verschillende overeenkomsten.

4. Anders dan anders sleutel

Laat de kinderen bedenken hoe je een allerdaagse handeling kunt uitvoeren zonder bepaalde hulpmiddelen: ‘ Hoe kun je je haren kammen zonder kam of borstel?’ Of: ‘Hoe kun je schrijven zonder pen of potlood?’

5. Plaatje Sleutel

Laat de kinderen een plaatje zien dat helemaal los staat van het thema dat behandeld wordt, Laat de kinderen vervolgens bedenken hoe dit plaatje wel gerelateerd kan zijn aan het huidige onderwerp: ‘ Wat heeft dit plaatje van een appel te maken met Anne Frank?’ Wat heeft deze foto van de woestijn te maken met onze les over bezuinigingen’. Wat heeft deze auto te maken met ons thema eten en drinken?’

Vaker terug laten komen

Sommige klassen zijn meteen los. Anderen moeten nog even wennen aan deze werkvorm. Soms worden kinderen onzeker van zoveel vrijheid en weten nog niet helemaal wat er van ze verwacht wordt. Laat deze werkwijze in het begin een paar keer terugkomen en blijf benadrukken dat alles goed is en dat vooral belangrijk is om samen zoveel mogelijk verschillende oplossingen te bedenken.

Ik wens jullie vooral veel plezier en inspiratie!

Laat een reactie achter

Schrijf alsjeblieft een reactie
Val alsjeblieft hier je naam in